Terug naar de website

Het Parkbos van Landgoed Linschoten 

 Vroege landschappelijke stijl op kaart uit 1827
Vroege landschappelijke stijl op kaart uit 1827

Van rechte naar glooiende lijnen

Voor de bouw van het Huis in 1637 stond hier een boerenhofstede aan het eind een lange rechte oprijlaan. Rond 1680 kreeg Linschoten een tuin in barokstijl. Het huis lag midden in een vierkante slotgracht met twee ovale vijvers opzij, rechte lanen en een Grand Canal in het verlengde van de hoofdas. In de loop der jaren vervaagde deze formele stijl tot een vroege landschappelijke stijl. De laatste baron Strick van Linschoten geeft in 1832 opdracht aan landschapsarchitect J.D. Zocher voor een glooiende landschappelijke tuin. Hij maakte van de vijvers en slotgracht een slingerende waterpartij en ontwierp een sierlijke brug vlakbij het huis.

 Ontwerptekening (litho) J.D. Zocher uit 1832
Ontwerptekening (litho) J.D. Zocher uit 1832

Berceau

De berceau of loofgang van beuken maakte deel uit van de formele tuinaanleg tussen 1680 en 1832. Ondanks de strenge symmetrie was de tuin steeds aan verandering onderhevig. Verschillende eigenaren en modes zorgden voor verdere verfraaiing. De overdekte beukenlaan van honderd meter lang verbond de twee ovale vijvers met elkaar. Landschapsarchitect Zocher liet de loofgang in 1832 opgaan in zijn landschappelijke ontwerp. Onlangs is de loofgang weer zichtbaar gemaakt en opnieuw aangeplant met beuken.

 Arboretum met houtschuur
Arboretum met houtschuur

Arboretum

De laatste Ribbius Peletier die het landgoed tot 1969 beheerde legde in 1920 een arboretum of bomenverzameling aan. In de barokperiode lag hier een sterrenbos. Later werd dit steeds landschappelijker. Ribbius Peletier plantte hier naast bijzondere bomen ook inheemse soorten. In de loop der jaren zijn bijzondere bomen als Japanse notenboom, Honingboom en Moerascypres steeds meer opgegaan in het bos. Dankzij een subsidie van de provincie Utrecht worden vanaf 2010 deze bomen weer vrijgezet zodat er opnieuw sprake is van een verzameling.

 Lenteklokjes
Lenteklokjes

Voorjaarsbloeiers

In een parkbos bij een stenen huis zoals Huis te Linschoten horen Stinzenplanten. Dit zijn bol- en knolgewasjes die in het vroege voorjaar massaal in bloei staan. Dan is er nog geen blad aan de bomen en krijgen ze volop licht. Deze voorjaarsbloeiers worden al sinds de vijftiende eeuw gekweekt en bij voorname huizen aangeplant. In het parkbos rond Huis te Linschoten groeien onder andere dubbele sneeuwklokjes, bosanemonen en winterakonieten. In mei geurt het hele landgoed naar daslook. De laatste eigenaar Ribbius Peletier heeft rond 1950 een herbarium samengesteld van de flora rond het huis waar ook veel stinzenplanten in beschreven staan.

 Jonge futen
Jonge futen

Vroeger jacht, nu vooral rust

Vroeger was jacht veel belangrijker dan vandaag. Er werd vooral gejaagd op eenden, hazen en fazanten. De huidige jacht is uiterst terughoudend. Bossen, graslanden en water bieden verschillende dieren ruim voldoende voedsel en schuilgelegenheid. In de bossen huizen roofvogels als havik, buizerd en verschillende soorten uilen als ransuil, steenuil en bosuil. Zij leven van kleine zoogdieren als woelmuis, bunzing en hermelijn die zich goed kunnen verstoppen tussen de struiken in het parkbos. In de ijskelder, onder het dak van het Huis en in holle bomen overwinteren verschillende soorten vleermuizen als dwergvleermuis, grootoorvleermuis en rosse vleermuis. Ook insecten als vlinders en libellen vinden hier een goede biotoop.