Terug naar de website

De historie van Landgoed Linschoten 

 Geschilderde kaart uit 1520
Geschilderde kaart uit 1520

Vroege middeleeuwen

De historie van landgoed Linschoten gaat terug tot de vroege middeleeuwen. Vanaf de elfde eeuw hadden de bisschoppen het hier op de grens van Holland en Utrecht voor het zeggen. Zij lieten het moerassige land ontginnen en gaven de bezittingen in leen uit aan adellijke families. In de veertiende eeuw werd gesproken van een versterkt ‘Huys te Linschoten’ dat in bezit kwam van de familie van Montfoort.

 Kaart van Rijnland uit 1615
Kaart van Rijnland uit 1615

Vanaf de Gouden Eeuw

Het Kasteelachtige huis in de bocht van het riviertje de Lange Linschoten is in 1637 gebouwd door Johan Strick. Vanaf dat moment noemde hij zich Strick van Linschoten. Daarna woonden zeven generaties van deze familie op Linschoten. Tot de laatste erfgenaam besloot het hele landgoed te verkopen aan de vermogende tabakshandelaar Ribbius Peletier uit Utrecht. Bij het overlijden van zijn kleinzoon in 1969 kwam het beheer in handen van de Stichting Landgoed Linschoten.

 Familieportret van Johan Strick IV, omstreeks 1650
Familieportret van Johan Strick IV, omstreeks 1650

1633-1891 periode Strick van Linschoten

De familie Strick van Linschoten woonde ruim 250 jaar op het landgoed. Het landgoed bleef een eenheid en breidde zich in de loop van de jaren steeds verder uit. De laatste Strick van Linschoten, Emil, was ongehuwd. Hij liet het landgoed na aan zijn nichtje Else von Arnim die het op haar zestiende erfde. Als zij in 1850 op het landgoed gaat wonen, loopt het hele dorp Linschoten uit om haar te verwelkomen. Tien jaar later verhuisde zij met haar gezin naar Duitsland en nam de galerij met portretten van haar voorouders mee.

 Verzameling sigaren Ribbius Peletier
Verzameling sigaren Ribbius Peletier

1891- 2012 periode Ribbius Peletier en Stichting

In 1891 kocht Gerlachus Ribbius Peletier Landgoed Linschoten op een openbare veiling. Het landgoed was 323 hectare groot en telde naast het huis ook acht boerderijen, verschillende woonhuizen en oude rechten. Ribbius Peletier (1818- 1901) was vermogend geworden in de tabakshandel. Hij kocht het landgoed voor zijn zoon (1856-1930) als investering en levensvervulling. Tot zijn grote teleurstelling volgde zijn zoon hem niet op in de fabriek. Ze woonden in de stad Utrecht en kwamen wekelijks op het landgoed om het te beheren.

 Pentekening Maarten Reinink 1944
Pentekening Maarten Reinink 1944

1940-1945 Tweede Wereldoorlog

De jongste zuster van Ribbius Peletier woonde met haar man en drie zoons vanaf 1942 tijdelijk in het Jachthuis. Het bewaard gebleven brievendagboek van haar oudste zoon, Maarten Reinink, is in 2001 uitgegeven door de Stichting. Het geeft een pakkend beeld van de hongerwinter tot aan de bevrijding in 1945 door de ogen van een zestienjarige scholier. Het zijn afwisselend verhalen over de natuur, het gezin en het laatste nieuws over de oorlog die soms heel dicht bij komt met hevige bombardementen in de omgeving. Het grote Huis werd eerst gebruikt als munitieopslagplaats van de Duitsers en later als geheim adres voor een groot deel van de verzameling van het Haags Gemeentemuseum.